boek
 x 
icon_twicon_fbicon_yt
15.jpg

 

Koorboek 3

Dubbel-CD en concerten mei 2012

 

Het derde koorboek, officieel ms. 1440 geheten en in het gebruik codex C genoemd, is eveneens vervaardigd in 1559. In dit koorboek speelt de Requiemmis een belangrijke rol. Het wordt bewaard in Museum De Lakenhal in Leiden en maakt onderdeel uit van de permanente tentoonstelling. Het ligt te pronk in de kapel van het museum.

 



Het koorboek opent opmerkelijk genoeg met een mis van Cristobal de Morales (ca. 1500 – 1553), de eerste Spaanse componist van internationaal formaat.

 

Zijn werken werden in Europa ruim verspreid en vele kopieën maakten zelfs de reis naar de Nieuwe Wereld. In de honderd jaar na zijn dood beschouwden vele schrijvers en theoretici zijn muziek als behorend tot de meest perfecte van zijn tijd. Zijn mis wordt gevolgd door nog vier missen; een groots opgezette mis van Clemens non Papa, een vierstemmige anonieme requiemmis, een zesstemmige requiemmis van Richafort en een zes- tot achtstemmige mis van Cornelius Canis. Canis (ca. 1510/20-1562) was één van de laatste kapelmeesters van Karel V. Toen de keizer stierf in 1558 trok hij zich aanvankelijk terug in zijn geboortestad Gent om vervolgens, op het eind van zijn leven, nog naar Praag te gaan, waar hij stierf. Zijn indrukwekkende mis in het Leidse Koorboek is bedoeld voor de kersttijd.

 

Na deze vier missen volgen twee Salve Regina’s en zeven Regina Celi’s, allen anoniem en allen unica. Het boek bestaat verder uit vierentwintig motetten, waarvan de meeste weer op naam van Clemens non Papa. Maar er staat ook een bijzonder Magnificat in van Jheronimus Vinders (fl. 1510-1550). Hij was in de jaren twintig van de zestiende eeuw zangmeester in de Gentse Sint Jankerk. Het bijzondere aan dit vijfstemmige Magnificat is dat alle verzen meerstemmig gezet zijn. In het derde koorboek staat bovendien één van de beroemdste en geliefdste composities van de zestiende eeuw; het Stabat Mater van Josquin des Prez.

 

 

Dit koorboek herbergt ook nog een aardige anekdote. Eén van de motetten in het boek is van de hand van Cornelius Canis. Maar kopiist Anthonius de Blauwe had waarschijnlijk zijn dag niet toen hij het in het boek schreef. Er staan veel fouten in. Zoveel dat één van de zangers boven het motet heeft geschreven: hoc motetum est mele scriptum. (Dit motet is slecht geschreven). Het grappige is dat de commentator zelf (opzettelijk?) ook een fout heeft gemaakt, want ‘slecht’ zou geschreven moeten worden als ‘male’. Hoe dan ook, het motet werd in het vierde koorboek nog eens opgeschreven, nu zonder fouten.

 

hoc-motetum-est-mele-scriptum-kl

 

 

Dit project wordt mede mogelijk gemaakt door:

 

1-leiden 2-leiden-stad  4-RAL 5-FPK10-Leiden50jaarMonumentenstad_50  cultuurfonds_horizontaal_kleur  max

6-stedelijk-Museum-Leiden 7-cultuurfonds-leiden8-KRO  vsbfonds_rgb