boek
 x 
icon_twicon_fbicon_yt
05.jpg

Het tweede koorboek, officieel ms. 1439 geheten en in het gebruik codex B genoemd, is vervaardigd in 1559. Deze codex, en codex C hebben nog de oorspronkelijke zestiende eeuwse band met de zeemleren rug, de overigen zijn zeer mooie kopieën, die in de zestiger jaren van de vorige eeuw door de zusters van het Oosterhoutse Catharinadal gemaakt zijn.

In de maand september van het jaar daarvoor was Karel V overleden. Eind december 1558 werden er overal in de Nederlanden rouwplechtigheden en herdenkingsdiensten voor de in Spanje gestorven keizer gehouden. 

 


Al in april 1559 werd Margareta van Parma door Filips II tot regentes over de Nederlanden benoemd.De hoofdrolspeler van dit koorboek is Jacobus Clemens non Papa. Ondanks het feit hij in de Nederlanden en ver daarbuiten een van de populairste componisten was in het midden van de zestiende eeuw weten we buitengewoon weinig over zijn leven.

 

 


Het bekendst is hij geworden door zijn driestemmige zettingen van de Souterliedekens (Souter = psalter = psalm) die in de jaren 1556-1557 bij de Antwerpse drukker Tylman Susato verschenen. Het was ongetwijfeld de bedoeling deze zettingen voor gebruik ‘in de huizen’ aan te bieden. Clemens handhaafde in zijn simpele zettingen zijn kerkmuzikale stijl. De liederen werden in toenemende mate door de katholieke kerk gewantrouwd vanwege het algemene gebruik door hervormingsgezinden, maar zijn nooit op de lijst van verboden boeken geplaatst.

 


 

In de Leidse codex B treffen we tien vier- en vijfstemmige motetten van Clemens aan en een complete ‘set’ van acht Magnificats, op elke kerktoonsoort één. Slechts het Magnificat op de derde en achtste toon komen ook in andere bronnen voor. De overige zijn unica.

De Magnificats (Lofzang van Maria) behoorden tot het belangrijkste repertoire van de getijdencolleges, want ze waren het centrale en vaste muziekstuk in de dagelijkse vespers, het voorlaatste getijde van de dag, waarin Maria centraal stond.

 

Er zijn nog twee bijzondere en unieke ‘sets’ in dit koorboek: ten eerste de acht anonieme Nunc Dimittis (De lofzang van Simeon) zettingen, ook weer één op elke kerktoonsoort.

 


En ten tweede de vijf meerstemmige zettingen van de hymne Christe qui es lux. Deze composities werden gezongen in het laatste getijde van de dag, de completen. Nergens anders dan in Leiden treffen we zulke volledige reeksen aan!

 

De Magnificats en Nunc Dimittis zettingen werden afwisselend gregoriaans en meerstemmig gezongen. De oneven verzen gregoriaans, de even verzen meerstemmig. We moeten ons namelijk realiseren dat verreweg de meeste getijden in de getijdenkerken van de Noordelijke Nederlanden gregoriaans, en dus eenstemmig, werden gezongen. In het jaar van het ontstaan van het tweede koorboek werden de zangers van de Pieterskerk zelfs gecomplimenteerd door de bisschop voor hun toegewijde aandacht voor het gregoriaanse repertoire. In de Leidse koorboeken echter staat alleen het meerstemmig repertoire opgetekend.

 

Dit project wordt mede mogelijk gemaakt door:

 

1-leiden 2-leiden-stad  4-RAL 5-FPK10-Leiden50jaarMonumentenstad_50  cultuurfonds_horizontaal_kleur  max

6-stedelijk-Museum-Leiden 7-cultuurfonds-leiden8-KRO  vsbfonds_rgb