boek
 x 
icon_twicon_fbicon_yt
08.jpg

zangerskapel_4zangerskapel

Dagelijks en op gezette tijden betrad een klein koor, het zangerscollege, de Pieterskerk voor een muzikale offerande: het zong er ‘de getijden’. De composities werden door de jaren heen verzameld en genoteerd in boeken, zo groot dat alle zangers tegelijk uit één boek konden zingen.


Wat zijn getijden?

De Rooms-katholieke kerk kent het gebruik op geregelde uren (getijden) te bidden. Verdeeld over de dag of over het jaar komen voorgeschreven kerkelijke en Bijbelse teksten en gebeden aan bod. Officieel heet dat het Officium Divinum, het Goddelijk of Heilig officie. Kloosterlingen brengen hun leven volgens dat officie door. Het officie is volgens oude christelijke traditie zo ingericht, dat gedurende de dag en nacht de lofprijzing van God wordt bezongen: zeven maal per dag.


Op het merendeel van die uren werd er gregoriaans gezongen, maar op de belangrijkste momenten, tijdens de mis en in de avonddienst (de vespers), klonk er meerstemmigheid (polyfonie). De muziek daarvoor werd aangekocht en verzameld in koorboeken. Overal in Nederland waren er rijke collecties polyfonie. Helaas is het overgrote deel daarvan verloren gegaan.

De oprichting van het getijdencollege

Het zingen van de getijden, was van oudsher een taak van monniken. Die waren verbonden aan een collegiale kerk: een kerk met een kloostergemeenschap. In de grote stadskerken zonder kloostergemeenschap werd het officie niet of in ieder geval niet dagelijks gezongen. Dat werd in de loop van de renaissance steeds meer als een gemis ervaren. Met name in de Noordelijke Nederlanden nam het stadsbestuur, de welgestelde burgerij of de geestelijkheid het initiatief. Zij stelden wereldlijke koorheren aan en zo ontstonden in belangrijke kerken ‘zeven-getijdencolleges’.

 

Een getijdencollege bestond doorgaans uit een achttal professionele, hoog gekwalificeerde zangers en vier à zes koorknapen. Zij werden betaald om op vaste uren al zingend God te eren en voor het zielenheil van de overledenen te bidden. Het oprichten van zo’n zangerscollege was ook een status- en prestigekwestie. Achtereenvolgens ontstonden er colleges in Leiden, Rotterdam, Delft, Gouda, Alkmaar, Haarlem, Amsterdam, Den Haag, Enkhuizen, Hoorn, Medemblik, Goes en Kampen.

 

Het college in Leiden

Het College van Leiden lijkt het oudste te zijn geweest, met een eerste vermelding in 1440. Het permanente karakter van het getijdencollege in Leiden werd in 1443 gewaarborgd door een grote som geld van Boudewijn van Zwieten. De zeven getijden in de Leidse Pieterskerk waren: De Metten rond 5 uur, de Lauden rond 6 uur, de Terts rond 9 uur, de Sext rond 12 uur, de Noon rond 15 uur, de Vespers rond 17 uur en de Completen rond 20 uur.

 

Dit project wordt mede mogelijk gemaakt door:

 

1-leiden 2-leiden-stad  4-RAL 5-FPK10-Leiden50jaarMonumentenstad_50  cultuurfonds_horizontaal_kleur  max

6-stedelijk-Museum-Leiden 7-cultuurfonds-leiden8-KRO  vsbfonds_rgb